Wat een analyse van 22.624 LinkedIn connectieverzoeken verdeeld over 191 campagnes ons liet zien
B2B marketing draait nog steeds om persoonlijk contact. Mensen doen zaken met mensen en die menselijke connectie kan je niet altijd face-to-face maken.
Wat is dan het beste alternatief? LinkedIn!
Het is dé plek waar je meer van jezelf kan laten zien.
Je profiel vertelt wie je bent en je post laten zien wat jij en je bedrijf te bieden hebben. Belangrijk dus dat je ICP je posts te zien krijgt.
In ons vorige onderzoek hebben we onderzocht hoe je met social posting zo veel mogelijk bereik en engagement kan krijgen.
Alleen… dat is maar één kant van het verhaal.
LinkedIn draait ook om het vergroten van je netwerk.
Een groter netwerk betekent over het algemeen een groter bereik.
Tijd dus om opnieuw in onze data te duiken en te onderzoeken hoe je jouw netwerk het best kan vergroten op LinkedIn, en specifiek hoe zorg je ervoor dat je connectieverzoeken worden geaccepteerd?
Over connectieverzoeken zijn vaak onduidelijkheden.
Meestal komt het antwoord uit ervaring, niet uit data.
In dit onderzoek analyseren we 22.624 connectieverzoeken, verstuurd vanuit verschillende functietitels, verschillende sectoren en met verschillende manieren (met vs zonder bericht).
De conclusies uit dit onderzoek geven een duidelijk antwoord op hoe je jouw netwerk kan vergroten met het versturen van connectieverzoeken.
Dit onderzoek is onderdeel van het Red Panda Research Lab. Elke maand bekijken we onze eigen data om antwoord te geven op vragen binnen B2B marketing zodat we het beste data-driven advies kunnen geven.
Lees hier de vorige onderzoeken:
Alle data komt uit een centrale tool die we gebruiken om connectieverzoeken te versturen. We hebben de gegevens opgehaald op 10 juli 2026.
De 22.624 LinkedIn connectieverzoeken komen uit 191 campagnes van 73 afzenders. De eerste is verstuurd op 24 december 2025, de laatste op 10 juli 2026.
Functieniveau. We werken met vier niveaus: Eigenaar of directie, C-level, Head/Lead of manager, en Specialist of uitvoerend.
Eigenaar of directie en C-level lijken op elkaar, maar zijn verschillend ingedeeld. Eigenaar of directie is de algemene top van een bedrijf: CEO, eigenaar, oprichter, algemeen directeur. Deze titel gaat over het hele bedrijf. C-level is de top van één vakgebied: CFO, CTO, COO, of een vakdirecteur zoals financieel directeur. Deze titel gaat over één afdeling, niet over het geheel.
Dat onderscheid maakt uit. Zet je beide groepen samen, dan verdwijnt het verschil tussen hen in één gemiddelde.
De term ‘medior’ wordt niet vaak op linkedin gebruikt. De functies die onder ‘Specialist of uitvoerend’ vallen komen in veel gevallen overeen met medior functies.
In dit rapport hebben we zo veel mogelijk elementen van een connectieverzoek die een effect kunnen hebben op het acceptatieratio onderzocht.
Hieronder een overzicht wat wat we konden meten:

Van de 22.624 verstuurde connectieverzoeken zijn er 5.550 goedgekeurd. Dat is 24,5%.
Bijna één op de vier dus. Dat is het cijfer waar de rest van dit rapport tegenaan wordt gehouden. Elke uitsplitsing die verderop in het rapport volgt, ligt boven of onder die 24,5%.
Voor een B2B marketeer is dit meteen een nuttige benchmark. Wil je 100 nieuwe connecties, dan heb je ongeveer 400 verzoeken nodig. Wie een campagne van 500 mensen opzet (ongeveer de gemiddelde grootte), mag rekenen op iets meer dan 120 connecties.
*De percentages die hier worden gedeeld gaan over het percentage van de geaccepteerde connectieverzoeken. Niet de totale connectieverzoeken. 50% is dus de helft van de geaccepteerde connectie verzoeken, niet de helft van alle connectieverzoeken.
Het grootste gedeelte (51,3%) van de connectieverzoeken wordt binnen één dag geaccepteerd. Binnen 8 uur zijn zelfs al meer dan een kwart (26,5%) van de connectieverzoeken geaccepteerd.

| Tijd na versturen | Van alle mensen die ja zeggen | Per 100 verstuurde verzoeken |
|---|---|---|
| Binnen 8 uur | 26,5% | 6,5 |
| Binnen 1 dag | 51,3% | 12,6 |
| Binnen 2 dagen | 59,6% | 14,6 |
| Binnen 7 dagen | 82,5% | 20,2 |
| Binnen 14 dagen | 90,5% | 22,2 |
| Binnen 21 dagen | 94,1% | 23,1 |
| Later dan 21 dagen | 5,9% | 1,4 |
Van elke 100 mensen die uiteindelijk accepteren, doen er 51 dat binnen één dag en 94 binnen drie weken.
Kijk je naar alle verstuurde verzoeken, dan leveren 100 invites er na drie weken 23 op. Daarna komen er nog hooguit één of twee bij.
Na drie weken is 94,1% van iedereen die ooit gaat accepteren al binnen. Wie dan nog niet heeft gereageerd, doet dat vrijwel zeker niet meer. Er komt na dag 21 nog 5,9% van de acceptaties bij. Dat is anderhalve connectie per 100 verstuurde verzoeken.
Trek je op dat moment de openstaande verzoeken in, dan geef je alleen die kleine groep nakomers op. Maar daar krijg je drie dingen voor terug:
Het gevoel zegt dat drukke directies langer nodig hebben om een connectieverzoek te accepteren. Dat blijkt niet zo te zijn.

| Groep | Binnen 8 uur | Binnen 1 dag | Binnen 7 dagen | Binnen 21 dagen | Mediaan |
|---|---|---|---|---|---|
| C-level en directeur (n=2.352) | 27% | 53% | 84% | 95% | 0,96 dag |
| Head, lead, manager en specialist (n=2.654) | 26% | 50% | 80% | 93% | 1,01 dag |
*De percentages zijn het aandeel van de uiteindelijke goedkeuringen binnen die groep.
Hoge functietitels accepteren zelfs een fractie sneller dan lagere. Het verschil is te klein om iets te betekenen. Het functieniveau bepaalt dus niet hoe lang iemand er over doet om een connectieverzoek te accepteren.
Van de 22.624 verstuurde connectieverzoeken zijn er 5.550 goedgekeurd. Dat is 24,5%. Het grootste gedeelte (51,3%) van de connectieverzoeken wordt binnen één dag geaccepteerd. Binnen 8 uur zijn zelfs al meer dan een kwart (26,5%) van de connectieverzoeken geaccepteerd.
Trek openstaande verzoeken na drie weken in, voor elke groep dezelfde termijn. Er is geen reden om een verzoek aan een CEO langer te laten staan dan aan een specialist.
Bij LinkedIn outreach kijkt de ontvanger vaak naar één ding voordat hij/zij op accepteren klikt: de functietitel onder je naam.
Een functie zegt namelijk meer dan het bericht dat je stuurt of het tijdstip. Het is de eerste filter die de ontvanger kan doen: "Wie is dit en waarom stuurt hij/zij een connectieverzoek?”

We hebben de 73 afzenders gegroepeerd op hun functietitel. Hier zijn vijf verschillende functieniveaus uitgekomen. Juniorenprofielen worden nooit gekozen om connectieverzoeken te versturen, dus die ontbreken in het overzicht. De medior profielen kwamen veelal onder de ‘Adviseur’ categorie terecht.
Hieronder het acceptatiepercentage per functieniveau:

| Profiel afzender | Afzenders | Verzoeken | Goedgekeurd |
|---|---|---|---|
| CEO of oprichter | 22 | 7.029 | 27,5% |
| Commercieel (CCO, sales, accountmanager) | 30 | 8.853 | 24,2% |
| Vakdirecteur (CTO, CFO, COO) | 7 | 2.008 | 22,5% |
| Manager of teamhoofd | 8 | 2.031 | 22,7% |
| Adviseur of consultant | 6 | 2.703 | 20,8% |
Bovenaan staan de CEO's en oprichters met 27,5%. Zij zitten drie procentpunt boven het gemiddelde van 24,5%. Onderaan staan adviseurs en consultants met 20,8%.
Over het algemeen geldt: hoe hoger de functie, hoe hoger de acceptatiegraad.
Daarnaast laat de data zien dat de verkoopgerichte afzenders (sales, accountmanager, cco) 3,3 procentpunt lager scoren dan de CEO's. Precies de mensen die je inzet om te verkopen, doen het minder goed dan de baas.
Binnen de commerciële groep is er bijna geen verschil tussen niveaus. Een accountmanager haalt 24,7%, een CCO of commercieel directeur 23,0%. Die 1,7 procentpunt zegt niets. Het maakt dus niet uit hoe hoog je commerciële afzender staat. Zodra de ontvanger ziet dat je in sales zit, is het effect hetzelfde.
Nu de andere kant. Maakt de functietitel van de ontvanger wat uit? Je zou namelijk kunnen denken dat een junior makkelijker te bereiken is dan een C-level profiel.
We hebben de functietitels van de 22.624 ontvangers onderverdeeld op niveau. Opnieuw hebben we ‘specialist of uitvoerend’ samengevoegd in een ‘medior’ categorie.
*Het verschil tussen functieniveau ‘directie’ en ‘C-level’ is dat directie te maken heeft met de algemene, niet-vakgebonden top van een bedrijf: CEO, eigenaar, oprichter, managing director, algemeen directeur, general manager, en generieke titels als "directeur" zonder vakgebied erbij. Ook partner, bestuurslid en board member vallen hierin, want dat zijn eigendoms- of zeggenschapsrollen, geen vakrollen. C-level is specifiek de groep die een vakgebied aan de top vertegenwoordigt, maar niet de algehele leiding: CFO, CTO, COO,, CCO, en de Nederlandse benamingen zoals ‘financieel directeur’, ‘marketing directeur’.

| Niveau ontvanger | Verzoeken | Goedgekeurd |
|---|---|---|
| Eigenaar of directie | 5.811 | 25,9% |
| C-level | 3.139 | 22,7% |
| Head/Lead of manager | 7.116 | 23,2% |
| Specialist of uitvoerend | 4.418 | 26,1% |
Tussen de beste acceptatiegraad en de slechtste zit 3,4 procentpunt verschil. Bij de afzender was dat 6,7 procentpunt. Het functieniveau van de ontvanger lijkt dus minder invloed op het acceptatieratio te hebben dan het functieniveau van de afzender.
Daarnaast zien we geen lineaire daling in de acceptatieratios. C-level accepteert met een gemiddelde acceptatieratio van 22,7% minder connectieverzoeken dan de specialist (26,1%), maar gaan we een functieniveau hoger (Eigenaar) dan stijgt het acceptatieratio weer naar 25,9%.
Onze data schetst dus een ander beeld dan een veelvoorkomende aanname dat de top van een bedrijf moeilijker te bereiken is.
Onze data laat zien:
Een CEO accepteert vrijwel even vaak als een specialist.
Waar je bij de afzenders gelimiteerd bent tot grove categorisering op basis van alleen niveau (medior, senior, CEO), kun je bij de 22.624 ontvangers een fijnere onderverdeling maken in functietitels.
Dat laat de volgende resultaten zien.

| Vakgebied of rol ontvanger | Verzoeken | Goedgekeurd |
|---|---|---|
| Product en design | 296 | 36,8% |
| Sales en commercie | 1.078 | 30,8% |
| Data en analytics | 364 | 30,8% |
| HR | 502 | 28,9% |
| Marketing en communicatie | 645 | 27,3% |
| Restgroep | 3.716 | 26,6% |
| Eigenaar of oprichter | 2.849 | 25,9% |
| Operations, logistiek en projectmanagement | 1.857 | 23,9% |
| Algemeen directeur | 2.896 | 22,7% |
| IT en tech | 6.224 | 22,6% |
| Facilitair en vastgoed | 347 | 20,7% |
| Finance | 1.606 | 20,5% |
| Inkoop en assortiment | 244 | 19,7% |
‘Sales’ voert de lijst aan met een acceptatiegraad van 30,8%. (‘Product en design’ laten we vanwege het lage volume even buiten beschouwing.)
De data laten zien dat sales de beste groep is om een connectieverzoek naar te sturen en de slechtste groep om vanuit te sturen. Een salesmanager accepteert graag een verzoek. Maar als hij zelf stuurt, houdt de ander de deur dicht.
Acceptatie hangt niet alleen af van wie je benadert, maar ook van wie het verzoek verstuurt.
De heatmap hieronder kruist de senioriteit van de afzender met die van de ontvanger: hoe roder, hoe hoger de acceptatie.

Een aantal vuistregels vallen samen te vatten uit de matrix:
Connectieverzoeken van een CEO, oprichter, eigenaar of algemeen directeur worden vaker geaccepteerd dan het gemiddelde. Deze afzenders halen 29,3%, tegen 24,5% gemiddeld. Dat is een verschil van 4,8 procentpunt.
We noemen deze groep "Eigenaar of directie". Daar valt meer onder dan alleen de titel CEO: ook oprichter, eigenaar, managing director, algemeen directeur en general manager.
Specialisten en uitvoerende medewerkers accepteren vaker dan andere functieniveaus. Deze groep haalt 26,1%, tegen 24,5% gemiddeld. Dat is 1,5 procentpunt. Dat is een kleiner effect dan bij de afzender, maar met één belangrijke eigenschap: het geldt bijna overal.
De regel voor de praktijk: specialisten zijn de veiligste doelgroep die er is, vooral voor een C-level of manager als afzender. Twijfel je over welke laag van een organisatie je op de lijst zet, en heb je geen sterke reden voor de directie, kies dan de mensen die het werk uitvoeren.
Bij eigenaar of directie en bij specialist ligt het eigen niveau ruim boven wat die groep gemiddeld haalt. Bij Head/Lead of manager en bij C-level ligt het juist onder het gemiddelde.
| Niveau afzender | Naar eigen niveau | Rijgemiddelde | Verschil |
|---|---|---|---|
| Eigenaar of directie | 36,9% | 29,3% | +7,6 |
| Specialist of uitvoerend | 28,2% | 21,3% | +6,9 |
| Head/Lead of manager | 20,6% | 26,5% | −5,9 |
| C-level | 19,8% | 21,7% | −1,9 |
C-level scoort als afzender onder het gemiddelde (21,7%) én als ontvanger onder het gemiddelde (22,7%). Geen andere groep doet dat op beide assen. Verwacht minder van een CFO of CTO als doelgroep, en overweeg om ze niet als afzender in te zetten als er een alternatief is.
20,2 procentpunt.
Dat is de spreiding tussen de laagste en de hoogste combinatie van afzender- en ontvangerprofiel: een adviseur die naar C-level schrijft (16,2%) tegen een CEO die naar eigenaar of directie schrijft (36,4%).
| Vergelijking | Impact |
|---|---|
| Alleen functieniveau van de ontvanger | 3,4 pp |
| Alleen functieniveau van de afzender | 6,7 pp |
| Functieniveau afzender × niveau ontvanger | 20,2 pp |
Kijk je alleen naar de ontvanger, dan lijkt het functieniveau weinig effect te hebben. Kijk je alleen naar de afzender, dan is het al een factor van bijna 7 punten. Combineer je beiden? Dan zie je het grootste effect.

In het vorige hoofdstuk zag je dat de titel van de afzender veel uitmaakt. Een eigenaar of CEO haalt meer connectieverzoek acceptaties dan C-level of een specialist.
Maar de titel is niet het enige wat de ontvanger ziet. Onder je naam staat een regel tekst: de headline. En achter je naam staat een heel profiel, met een aantal volgers en een geschiedenis van posts.
Dit hoofdstuk gaat over die twee dingen. Doet de headline iets, los van de functie die erin staat? En doet het profiel erachter iets: veel volgers, actief posten, een vers bericht van vorige week?

Standaard wordt de headline gebruikt om je functietitel te delen, maar vaak genoeg is het ook de plek waar een verkoopbelofte wordt gedaan: wie ben je, wat doe je en wat kan je voor een ander betekenen?
We hebben twee elementen meegenomen in de analyse:

| Lengte headline afzender | Afzenders | Verzoeken | Goedgekeurd |
|---|---|---|---|
| Minder dan 40 tekens | 13 | 4.513 | 20,8% |
| 40 tot 80 tekens | 26 | 8.265 | 28,1% |
| 80 tot 120 tekens | 23 | 6.576 | 24,3% |
| 120 tekens of meer | 11 | 3.270 | 21,1% |
De beste zone zit in het midden: 40 tot 80 tekens. Zowel te kort als te lang presteert eronder, en ze eindigen zelfs dicht bij elkaar (20,8% en 21,1%). Een headline onder de 40 tekens is meestal kaal: alleen een functietitel zonder context, zoals "Key Account Manager". De ontvanger krijgt geen aanknopingspunt behalve de functie zelf.
Een headline boven de 120 tekens is bijna altijd een verkoopregel of een lange opsomming van rollen en kwalificaties. Dat leest eerder als marketing dan als een profiel.
Een headline van 40 tot 80 tekens heeft ruimte voor een functie plus een bedrijfsnaam of een korte kwalificatie, zonder over te hellen naar een pitch.
In een losse analyse hebben we getoetst wat beter werkt, een pitch in je headline of simpelweg een functietitel.
Bij 14 van de 73 afzenders staat er een belofte in de headline. Bijvoorbeeld "Ik help B2B-bedrijven met het groeien van hun pijplijn" of "Wij zorgen ervoor dat je HR nooit een zorg is".
| Afzenders | Verzoeken | Goedgekeurd | |
|---|---|---|---|
| Zonder pitch | 59 | 17.074 | 25,3% |
| Met pitch | 14 | 5.550 | 22,2% |

Connectieverzoeken zonder pitch presteren 3,1pt beter dan connectieverzoeken met pitch.
Wanneer we een laag dieper duiken en het crosschecken met functieniveau komt er een duidelijker patroon naar boven.

| Profiel afzender | Zonder pitch | Met pitch | Verschil |
|---|---|---|---|
| CEO of oprichter | 28,7% | 18,7% | −10,0 |
| C-level | 26,9% | 19,8% | −7,1 |
| Manager of teamhoofd | 23,7% | 17,5% | −6,2 |
| Adviseur of consultant | 20,9% | 20,5% | −0,4 |
| Sales- of accountmanager | 24,6% | 25,1% | +0,5 |
| Commercieel directeur (CCO) | 20,4% | 28,0% | +7,6 |
Zonder pitch versturen werkt in bijna alle gevallen beter, maar het effect wordt kleiner hoe lager het functieniveau van de afzender. Een logische verklaring is dat een CEO of oprichter zijn autoriteit verkoopt bij een connectieverzoek, hier is een pitch niet nodig. Specialisten hebben juist meer context nodig om te vertellen wat ze precies doen, hier kan een pitch minder kwaad.
Een uitzondering hierop zijn commerciële functies, die hebben voor die reden losgetrokken van de andere categorieën in het overzicht. Zowel sales of accountmanagers en CCO’s presteren beter wanneer ze een pitch gebruiken in hun headline. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat een CCO of accountmanager sowieso al iets verkoopt in de ogen van de ontvanger, dus een pitch verandert daar weinig of niets aan, en werkt soms zelfs in het voordeel.
En de rest van het profiel?
Functietitels en headlines hebben dus een effect op het acceptatieratio, hoe zit dat voor de rest van het profiel? Een afzender met veel volgers en verse posts oogt actiever. Ziet de ontvanger dat, en accepteert hij daardoor vaker?
Kort antwoord: gedeeltelijk.
We hebben bij 60 van onze 73 afzenders het LinkedIn profiel gecheckt op twee punten: het aantal volgers, hoe lang geleden ze iets plaatsten.
Een profiel met minder dan 1.000 volgers kan rekenen op een acceptatieratio van 18,2%, terwijl de profielen met

| Aantal volgers | Afzenders | Verzoeken | Goedgekeurd |
|---|---|---|---|
| Minder dan 1.000 | 5 | 2.027 | 18,2% |
| 1.000 tot 2.500 | 22 | 7.566 | 27,0% |
| 2.500 tot 5.000 | 22 | 8.298 | 23,0% |
| 5.000 of meer | 10 | 3.678 | 25,9% |
Er zit geen lijn in. De groep met 1.000 tot 2.500 volgers doet het beter dan de groep met meer dan 5.000. De middengroep zit daar weer onder. Als volgers hielpen, zou deze tabel netjes oplopen. Dat doet hij niet.
Recent posten doet ook niets.

| Laatste post | Afzenders | Verzoeken | Acceptatieratio |
|---|---|---|---|
| Minder dan een week geleden | 38 | 14.772 | 25,0% |
| 1 tot 4 weken geleden | 16 | 5.164 | 25,0% |
Exact hetzelfde acceptatieratio voor beiden groepen. Wie deze week iets plaatste, doet het niet beter dan wie drie weken stil was.
Dat is te verklaren als je nagaat wat de ontvanger werkelijk ziet. Bij een connectieverzoek krijgt hij een naam, een foto en een regel tekst. Hij ziet geen volgers en geen posts. Daarvoor moet hij eerst doorklikken naar het profiel. Dat doen de meeste mensen niet voor een onbekende.
Wat de ontvanger wel ziet, is het aantal gemeenschappelijke connecties. Een klein netwerk betekent vaak minder gedeelde contacten. Dat kan meespelen bij profielen onder de 1.000 volgers, maar dat hebben we niet gemeten.
Titel en headline samen zijn 14 procentpunt waard. De rest van je profiel is niets waard
Dat is de spreiding tussen de laagste en de hoogste betrouwbare combinatie van functieprofiel en headline: een adviseur met een zwakke headline (20,8%) tegen een CEO of oprichter met een sterke headline (31,1%). Sterk betekent hier 40 tot 80 tekens en geen verkoopbelofte.
| LinkedIn onderdeel | Spreiding |
|---|---|
| Postactiviteit | 0,0 pp |
| Volgers, boven 1.000 | 4,0 pp |
| Alleen profiel van de afzender | 6,7 pp |
| Alleen de headline (lengte × pitch) | 10,8 pp |
| Profiel afzender × headline, | 14,0 pp |
Volgers en postactiviteit maken geen enkel verschil, hoe je ook naar de data kijkt.
Het opbouwen van een profiel kost tijd en geld. Voor de zichtbaarheid van je bedrijf is dat waardevol. Maar voor de vraag of iemand je connectieverzoek accepteert, meten wij er geen effect van.

In het eerste hoofdstuk zag je het basiscijfer: 24,5% van onze verzoeken wordt goedgekeurd.
Nu kijken we naar één van de simpelste keuzes die je kan maken om het acceptatieratio te verhogen: stuur je een bericht mee bij het verzoek, of laat je het leeg?
Het gevoel zegt vaak: schrijf iets. Een leeg verzoek van een onbekende voelt kaal. Een bericht laat zien dat je in ieder geval hebt nagedacht.
De data zegt iets anders.
Een verzoek zonder bericht wordt vaker goedgekeurd.

Van de 22.624 verzoeken hadden 7.620 een bericht en 14.979 niet. Bij 25 verzoeken konden we het niet vaststellen.
| Verzoek | Aantal | Goedgekeurd |
|---|---|---|
| Zonder bericht | 14.979 | 26,0% |
| Met bericht | 7.620 | 21,7% |
Het verschil is 4,3 procentpunt. Op 10.000 verzoeken zijn dat 430 connecties meer. Bij een gemiddelde campagne van 500 mensen scheelt het ongeveer 22 connecties.

We kunnen uit de data niet lezen waarom een connectieverzoek eerder wordt geaccepteerd wanneer die leeg is. Zelf kunnen we wel een aanname maken: een bericht van een onbekende leest vaak verkoop. Een leeg verzoek is neutraal. Hetzelfde patroon zagen we terug bij de headline van het vorige hoofdstuk.
Een tijd terug waren geautomatiseerde connectieverzoeken nog een nieuwigheid, inmiddels krijg je meerdere connectieverzoeken per dag, vaak met dezelfde pitch. Je weet al gelijk dat je bij het accepteren van zo’n verzoek meerdere automatische follow-up berichten zal ontvangen en besluit daarom om het verzoek niet te accepteren. Een leeg connectieverzoek voelt minder sales en oprecht als een simpele uitbreiding van je netwerk.
Op basis van deze data zou je de conclusie kunnen maken om altijd een connectieverzoek zonder bericht te sturen. Maar wanneer we dieper in de data duiken zien we iets anders.
Een leeg verzoek werkt gemiddeld beter dan een verzoek met bericht: 26,0% tegen 21,7%.
Maar dat gemiddelde verbergt iets. Een bericht van 100 tekens is iets anders dan een bericht van 280 tekens. Die twee samen in één cijfer stoppen doet geen recht aan wat er echt gebeurt. Wanneer we de berichtlengte vergelijken zien we dat de lengte van het bericht meer impact heeft dan of je er überhaupt een schrijft.

Korte connectieverzoeken winnen duidelijk, met 29,4%. Dat ligt zelfs boven het gemiddelde van een leeg verzoek (26,0%). Middel en lang liggen vlak bij elkaar, 18,7% tegen 18,3%. Er is dus geen geleidelijke daling meer zichtbaar in deze drie stappen. Zodra je over de 180 tekens gaat, daalt het acceptatieratio. Daarna maakt het weinig uit of je bericht 200 of 270 tekens telt.
Om nog een laag dieper te gaan hebben we alle 70 campagnes met een bericht ingedeeld in stappen van 25 tekens, van 100 tot 300. Dat is de volledige spreiding in onze data: het kortste bericht is 118 tekens, het langste 277.

De lijn daalt bijna gelijkmatig van 36,1% naar 6,1%. Tot 175 tekens ligt het bericht boven het gemiddelde van een leeg verzoek.
De takeaway? Schrijf je een bericht, blijf dan onder 175 tekens. Dat zijn ongeveer twee korte zinnen. Kom je daarboven, dan is een leeg verzoek de betere keuze.
Niet elke afzender en ontvanger is hetzelfde. In de vorige hoofdstukken hebben we al gezien dat functieniveau een impact heeft op acceptatieratio. Daarom hebben we bovenstaande data onderverdeeld op functieniveau van de ontvanger. En daar zijn duidelijke verschillen te zien.
Een kort bericht presteert bij elke ontvanger beter dan een langer bericht en in de meeste gevallen ook beter dan geen bericht.

| Niveau ontvanger | Zonder bericht | Kort (minder dan 180) | Middel (180 tot 240) | Lang (240 of meer) |
|---|---|---|---|---|
| Eigenaar of directie | 30,6% | 37,6% | 17,5% | 14,5% |
| C-level | 22,1% | 28,2% | 17,4% | 26,2% |
| Head/Lead of manager | 23,9% | 23,5% | 22,1% | 15,6% |
| Specialist of uitvoerend | 26,5% | 34,0% | 17,5% | 30,1% |
Voor de praktijk: houd het bericht bij je connectieverzoek kort, vooral bij campagnes richting de top van een bedrijf.
Dezelfde analyse hebben we gedaan voor de afzenders. En ook hier presteren korte berichten of geen berichten het best.
De absolute winnaar? Een CEO of oprichter met een kort bericht haalt 42,8%. Dat is het hoogste cijfer in deze hele analyse, en het ligt dus boven wat diezelfde afzenders zonder bericht halen (27,6%).

| Profiel afzender | Zonder bericht | Kort (minder dan 180) | Middel (180 tot 240) | Lang (240 of meer) |
|---|---|---|---|---|
| CEO of oprichter | 27,6% | 42,8% | 19,3% | 25,2% |
| Manager of teamhoofd | 27,7% | – | 9,0% | 16,7% |
| Commercieel | 25,0% | 27,7% | 34,0% | 12,4% |
| C-level | 24,5% | 24,7% | 20,7% | – |
| Adviseur | 23,9% | 21,8% | 16,5% | – |

In de vorige hoofdstukken zag je grote verschillen.
Wie je aanschrijft, wie het verstuurt, hoe lang het bericht is: hun impact op het acceptatieratio is allemaal 10 tot 20 procentpunt waard.
Dit hoofdstuk gaat over wanneer je op de verzendknop drukt. Verstuur je het beste connectieverzoeken in de ochtend of in de middag, op maandag of op donderdag?
Hierover bestaan vaak al vaste aannames: “Verstuur op dinsdagochtend.” “Vermijd maandag.” “Nooit in het weekend.”
Onze data zegt… eigenlijk nauwelijks iets anders.

In het eerste deel zagen we dat ruim 50% van de geaccepteerde connectieverzoeken in de eerste 24 uur geaccepteerd worden. Dat wil zeggen dat de dag van versturen voor het grootste deel overeenkomt met de dag van accepteren (of nét de dag daarna).
De connectieverzoeken zijn hieronder onderverdeeld per dag van versturen.

Op het eerste gezicht wint vrijdag, en het weekend springt daar zelfs nog ver bovenuit. Maar in het weekend zijn er totaal maar 60 connectieverzoeken verstuurd. Het volume is niet hoog genoeg om er conclusies aan te trekken. Daarnaast is de piek van vrijdag te klein om hier een duidelijk advies aan te wijden. Het zou heel limiterend zijn om alleen op vrijdag connectieverzoeken te versturen, om de kans op een acceptatie met maar 1,5 pt te verhogen.
Wat overblijft is een kleine, simpele uitkomst: vermijd maandagen. De rest van de week maakt weinig uit.
Ja, connectieverzoeken verstuurd vóór 9 uur kunnen gemiddeld gezien op meer acceptaties rekenen.
Gedurende de dag loopt het acceptatieratio geleidelijk af. Voor 9 uur haal je 26,7% acceptatie, tussen 9 en 12 uur 25,8%, tussen 12 en 15 uur 24,4%, en na 15 uur zakt dat naar 23,0%. Plan campagnes dus in de ochtend in plaats van in de middag. Vermijd structureel versturen na 15 uur: dat scheelt tot 3,7 procentpunt met het vroegste blok.
Hierbij moeten we vermelden dat maar 3% van onze dataset bestaat uit een connectieverzoek die voor 9 uur verstuurd is, dus een sterke conclusie kunnen we niet trekken uit de resultaten.

Het advies is dus:
Experimenteer met het versturen van connectieverzoeken buiten kantoortijden. Onze data geeft een indicatie dat het voor een beter acceptatieratio kan zorgen. Maar ben je ervan bewust dat deze tijdsinvestering ten koste gaat van de tijd die je kan steken in andere elementen die meer effect zullen hebben.

We hebben negen onderdelen van een connectieverzoek los van elkaar gemeten. Voor elk onderdeel keken we naar het verschil tussen de best en de slechtst presterende groep. Dat verschil noemen we de spreiding, uitgedrukt in procentpunten.
Die spreiding zegt wat er op dat onderdeel te winnen valt. Een spreiding van 12 procentpunt betekent dat je met de juiste keuze twaalf punten hoger uitkomt dan met de verkeerde. Een spreiding van 0 betekent dat het niets uitmaakt wat je doet.
De analyse laat zien dat de impact van de gemeten LinkedIn onderdelen te verdelen is in 3 categorieën: grote impact, impact, geen impact.
| LinkedIn onderdeel | Spreiding | Laagste | Hoogste |
|---|---|---|---|
| Vakgebied ontvanger | 12,3 pp | Finance (20,5%) | Sales (30,8%) |
| Bericht: wel of niet, en lengte | 11,1 pp | Lang bericht (18,3%) | Kort bericht (29,4%) |
Het vakgebied van de ontvanger en de lengte van de connectieverzoeken. Deze twee hebben verreweg het meeste impact op het acceptatieratio, en belangrijk punt: ze hebben allebei niets met de afzender te maken.
Naar wie je een connectieverzoek stuurt is dus belangrijker dan vanuit welke afzender. Dat is de belangrijkste waarneming van dit hele onderzoek.
Dus
Naar welke afdeling kun je het beste connectieverzoeken sturen?
Naar Sales.
Kun je het beste wel of geen bericht bij je connectieverzoek sturen?
Dat ligt aan de lengte van je bericht.
Een bericht korter dan 175 tekens levert meer op dan geen bericht sturen.
Berichten langer dan 175 tekens presteren slechter dan simpelweg geen bericht sturen.
Deze twee conclusies leveren samen meer op dan al de andere onderzochte onderdelen.
De discussie over LinkedIn outreach gaat meestal over de afzender: wie zetten we erop, hoe ziet zijn profiel eruit, hoeveel volgers heeft hij? Onze data zegt dat die vragen eigenlijk minder impact hebben op de acceptatieratio.
Maar… meer connecties krijgen is niet het einddoel.
Het is de tussenstap naar het echte einddoel van het vergroten van je bereik op Linkedin. De match tussen het profiel van de afzender en ontvanger maakt dat je uiteindelijk een band opbouwt met je doelgroep en die band leidt op de lange termijn tot beter bedrijfsresultaat.
Staar je daarom niet blind op deze resultaten.
De volgende categorie gaat over onderdelen die een merkbaar effect (7,3 tot 3,4 procentpunt) hebben op het acceptatieratio.
| LinkedIn onderdeel | Spreiding | Laagste | Hoogste | Let op |
|---|---|---|---|---|
| Headline: lengte | 7,3 pp | Minder dan 40 tekens (20,8%) | 40 tot 80 tekens (28,1%) | |
| Functieprofiel afzender | 6,7 pp | Adviseur of consultant (20,8%) | CEO of oprichter (27,5%) | |
| Headline: verkoopbelofte | 3,1 pp | Met verkoopbelofte (22,2%) | Zonder verkoopbelofte (25,3%) | Effect bij CEO’s 10pp |
| Functieniveau ontvanger | 3,4 pp | C-level (22,7%) | Specialist of uitvoerend (26,1%) | Tot 15,6 pp in combinatie |
Opvallend: de lengte van de headline doet meer dan de functie van de afzender zelf. Een CEO met een kale headline van 30 tekens presteert dus niet automatisch beter dan een adviseur met een goede headline.
De onderste twee (headline verkoopbelofte en functieniveau ontvanger) hebben wat toelichting nodig, want hun losse cijfer vertelt niet het hele verhaal.
Het onderdeel ‘headline: verkoopbelofte’ heeft een groot effect bij één groep.
Bij commerciële afzenders, vakdirecteuren en adviseurs is het effect 0,3 tot 0,5 procentpunt, dus niets. Maar bij een CEO of oprichter kost een belofte in de headline 10,0 procentpunt. Het gemiddelde van 3,8 is één sterk effect dat door elf zwakke gevallen wordt verdund.
Het functieniveau van de ontvanger werkt het beste samen met berichtlengte.
Het functieniveau van de ontvanger alleen heeft een bescheiden effect van 3,4 pp, maar zodra je ‘m combineert met berichtlengte stijgt het effect naar 15,6 pp.
‘Eigenaar’ of ‘directie’ als doelgroep is de beste keuze die er is bij een kort bericht (37,6%) en de slechtste bij een lang bericht (14,5%). Beoordeel dit onderdeel dus nooit los, maar altijd samen met de berichtlengte.
Vier onderdelen waarbij niet meer dan 4 procentpunt te winnen valt. Bij twee is het verschil precies nul.
| LinkedIn onderdeel | Spreiding | Laagste | Hoogste |
|---|---|---|---|
| Verzendtijdstip | 3,8 pp | Namiddag, 15u en later (22,9%) | Vroeg, voor 9u (26,7%) |
| Verzenddag | 2,8 pp | Maandag (23,3%) | Vrijdag (26,1%) |
| Volgers afzender* | 4,0 pp* | Minder dan 1.000 | 1.000 tot 2.500 |
| Postactiviteit afzender | 0,0 pp | 1 tot 4 weken geleden (25,0%) | Minder dan een week geleden (25,0%) |
*Spreiding is berekend op ‘minder dan 1.000’ vs ‘meer dan 1.000 volgers’
Je postactiviteit en het aantal volgers zijn relevant voor het bereik van je posts, maar ze hebben dus veel minder enkel effect op je acceptatieratio.

Los van de adviezen hierboven nog wat punten om in het achterhoofd te houden.
| LinkedIn onderdeel | Laagste | Hoogste | Spreiding |
|---|---|---|---|
| Vakgebied ontvanger | 19,7% | 30,8% | 11,1 pp |
| Bericht: wel/niet plus lengte | 18,3% | 29,4% | 11,1 pp |
| Headline: lengte | 20,8% | 28,1% | 7,3 pp |
| Functieprofiel afzender | 20,8% | 27,5% | 6,7 pp |
| Volgers, boven 1.000 | 18,2% | 22,2% | 4,0 pp |
| Headline: verkoopbelofte | 22,2% | 25,3% | 3,1 pp |
| Verzendtijdstip (dagdeel) | 23,0% | 26,7% | 3,7 pp |
| Functieniveau ontvanger | 22,7% | 26,1% | 3,4 pp |
| Verzenddag (ma t/m vr) | 23,3% | 26,1% | 2,8 pp |
| Postactiviteit | 25,0% | 25,0% | 0,0 pp |
| Combinatie | Laagste | Hoogste | Spreiding |
|---|---|---|---|
| Afzenderprofiel × berichttype | 9,0% | 42,8% | 33,8 pp |
| Ontvangerniveau × berichttype | 14,5% | 37,6% | 23,1 pp |
| Afzenderprofiel × ontvangerniveau | 16,2% | 36,4% | 20,2 pp |
| Afzenderprofiel × headline | 17,1% | 31,1% | 14,0 pp |
De antwoorden hieronder komen uit ons eigen onderzoek. We analyseerden 22.624 connectieverzoeken, verstuurd door 73 LinkedIn-profielen in 191 campagnes, tussen december 2025 en juli 2026. Alle percentages zijn gewogen, dus grote campagnes tellen zwaarder mee dan kleine.
Gemiddeld wordt 24,5% van de connectieverzoeken geaccepteerd. Dat is iets minder dan 1 op de 4. Dit cijfer komt uit een analyse van 22.624 Linkedin connectieverzoeken door Red Panda Works.
Zit je daarboven, dan doe je het goed. Zit je eronder, kijk dan eerst naar je doelgroep en je bericht. Dat zijn de twee onderdelen waar je de meeste impact kan hebben.
Let op dat een goede acceptatie ratio per doelgroep verschilt. Campagnes naar sales halen gemiddeld 30,8%, campagnes naar finance 20,5%.
Meestal niet. Connectieverzoeken zonder bericht halen 26,0% acceptatieratio, met bericht 21,7%. Een bericht kost je dus gemiddeld 4,3 procentpunt.
Er is één uitzondering. Korte berichten van minder dan 180 tekens halen 29,4%, dus beter dan een leeg verzoek.
De regel is simpel. Stuur geen bericht mee, of stuur er een die echt kort is. Een middellang of lang bericht is altijd de slechtste keuze.
Blijf onder de 180 tekens. Dat zijn ongeveer twee korte zinnen: een aanleiding en een reden om te connecten.
De cijfers per lengte:
| Lengte bericht | Goedgekeurd |
|---|---|
| Minder dan 180 tekens | 29,4% |
| 180 tot 240 tekens | 18,7% |
| 240 tekens of meer | 18,3% |
Uit onze analyse van 22.624 connectieverzoeken blijkt dat er geen beste moment is. Tussen de beste en de slechtste dag zit 2,8 procentpunt verschil in acceptatieratio. Tussen het beste en het slechtste dagdeel 3,7 procentpunt.
Vrijdag scoort met 26,1% het hoogst en maandag met 23,3% het laagst. De namiddag doet het in bijna elke analyse iets slechter dan de ochtend. Maar die verschillen zijn te klein om je planning op aan te passen.
Kies een moment waarop iemand in je team tijd heeft om op te volgen. Dat is belangrijker dan het uur zelf.
De helft van alle Linkedin connectieverzoeken komt binnen één dag binnen. Vier van de vijf connectieverzoeken (82,5%) zijn geaccepteerd binnen een week.
| Binnen | Van alle acceptaties |
|---|---|
| 8 uur | 26,5% |
| 1 dag | 51,3% |
| 7 dagen | 82,5% |
| 14 dagen | 90,5% |
| 21 dagen | 94,1% |
Na drie weken is er dus nog maar 6% te verwachten. Wie een verzoek na een maand alsnog accepteert, is een uitzondering.
Ja, trek een openstaand LinkedIn connectieverzoek na drie weken in. Op dat moment is 94,1% van alle acceptaties al binnen, dus je geeft bijna niets weg.
Intrekken heeft nut omdat LinkedIn een limiet hanteert op het aantal openstaande verzoeken. Ruim je op tijd op, dan houd je ruimte voor nieuwe campagnes.
Boven de 1.000 volgers niet. Profielen met minder dan 1.000 volgers haalden 18,2%. Dat is beduidend minder dan de profielen die meer dan 1.000 volgers hebben.
Daarna is er niet echt een lijn te trekken. Profielen met 1.000 tot 2.500 volgers haalden 27,0%. Profielen met meer dan 5.000 volgers haalden 25,9%. Als volgers hielpen, zou dat andersom zijn.
Bij een connectieverzoek ziet de ontvanger een naam, een foto en een regel tekst. Hij ziet geen volgersaantal. Daarvoor moet hij eerst doorklikken naar het profiel, en dat doen de meeste mensen niet voor een onbekende.
Voor de acceptatiegraad maakt het niets uit. Afzenders die in de week ervoor iets plaatsten haalden 25,0%. Afzenders die één tot vier weken stil waren, haalden ook 25,0%.
Voor de zichtbaarheid van je bedrijf heeft posten wel waarde.
Een CEO of oprichter. Die haalt gemiddeld 27,5%, tegen 20,8% voor een adviseur of consultant.
| Profiel afzender | Goedgekeurd |
|---|---|
| CEO of oprichter | 27,5% |
| Sales- of accountmanager | 24,7% |
| Commercieel directeur | 23,0% |
| Manager of teamhoofd | 22,7% |
| Vakdirecteur (CTO, CFO, COO) | 22,4% |
| Adviseur of consultant | 20,8% |
Het verschil van bijna 7 procentpunt is de moeite waard. Toch weegt het minder zwaar dan je doelgroep of je bericht.
Dat hangt af van het vakgebied, niet van het niveau.
Sales en data en analytics accepteren het vaakst, allebei 30,8%. Finance zit op 20,5% en inkoop op 19,7%. Het functieniveau maakt veel minder uit. Tussen een specialist (26,1%) en een C-level-profiel (22,7%) zit maar 3,4 procentpunt. De aanname dat de top van een bedrijf moeilijker te bereiken is, klopt dus niet.
Nauwelijks. Een eigenaar of directielid accepteert in 25,9% van de gevallen, een specialist in 26,1%. Dat verschil is verwaarloosbaar.
Wel is de top gevoeliger voor wat je meestuurt. Schrijf je naar een eigenaar of directeur met een kort bericht, dan haal je 37,6%. Met een lang bericht zak je naar 14,5%. Dezelfde doelgroep, 23 procentpunt verschil.
In ieder geval geen pitch of verkoopbelofte.
CEO’s of oprichters met een verkoopbelofte in de headline hebben een acceptatieratio die 10% lager. Van 28,7% zonder belofte naar 18,7% met belofte.
Headlines tussen de 40 en 80 tekens hebben de hoogste acceptatiegraad (28,1%).
Te kort en te lang presteren allebei rond de 21%. Onder de 40 tekens staat er meestal alleen een functietitel zonder context, zoals "Key Account Manager". Boven de 120 tekens is het bijna altijd een verkoopregel.
| Lengte headline | Goedgekeurd |
|---|---|
| 40 tot 80 tekens | 28,1% |
| 80 tot 120 tekens | 24,3% |
| 120 tekens of meer | 21,1% |
| Minder dan 40 tekens | 20,8% |
Met 40 tot 80 tekens heb je ruimte voor een functie plus een bedrijfsnaam. Dat is genoeg.
De ruwe export van onze data bevatte 70.893 regels. Elke regel is één contact in één campagne. Maar in veel van die regels is nooit een verzoek verstuurd. Het contact stond nog in de wachtrij, of was al verbonden met de afzender.
Voor dit onderzoek gebruiken we alleen de regels waarin een verzoek echt is verstuurd. Zo kwamen we uit op 22.624 verzoeken.
| Stap | Regels |
|---|---|
| Ruwe export uit tool | 70.893 |
| Geen verzoek verstuurd, dus eruit | −44.590 |
| Datum van goedkeuring lag vóór de datum van het verzoek, dus eruit | −4 |
| Zelfde verzoek dubbel geteld in twee campagnes, dus eruit | −3.675 |
| Verzoeken in dit onderzoek | 22.624 |